De NVD en het Netwerk Diabetes Nutrition Organization (DNO) hebben de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de vraag voorgelegd of diëtisten de dosering van voedingsgerelateerde medicatie mogen aanpassen. Dit mag onder voorwaarde dat dit geprotocolleerd plaatsvindt en dat de diëtist bekwaam is om dit te doen.

Aanleiding
Eind 2015 heeft de IGZ een uitleg gegeven over wijzigingen in de Wet BIG met betrekking tot het voorschrijven van UR-geneesmiddelen. Het voorschrijven hiervan mag maar door een beperkt aantal zorgverleners worden gedaan. Het is een voorbehouden handeling in de Wet BIG, die volgens de Geneesmiddelenwet niet overgedragen mag worden aan andere zorgverleners. De uitleg van de IGZ heeft ertoe geleid dat in verschillende instellingen en zorggroepen een stringent beleid is ingevoerd, waardoor diëtisten hun behandeling niet meer goed kunnen uitvoeren. Het gaat daarbij om behandelingen waarbij de medicatiedosis afhankelijk is van de voeding, zoals bij patiënten met diabetes. De diëtist schrijft dan geen insuline voor, maar stemt de dosering insuline af op de voeding en begeleidt de patiënt naar zelfmanagement.

Aan de IGZ is gevraagd om duidelijkheid te geven of de diëtist de dosering bij voedingsgerelateerde medicatie mag aanpassen, zoals bij diabetes en of daar eventuele voorwaarden aan zijn verbonden. 

Voorwaarden IGZ
De diëtist mag zelf geen medicatie voorschrijven en in de geschetste concrete situatie geen insuline voorschrijven. Wel mag de diëtist de voorgeschreven medicatie afstemmen op de voedingssituatie van de patiënt om in het geval van insuline te komen tot een optimale insuline-koolhydraatratio. De voorwaarde die de IGZ hierbij stelt, is dat de diëtist de behandeling uitvoert op basis van richtlijnen en/of protocollen en dat de diëtist kan aantonen dat ze bekwaam is.

De brief van de IGZ is te gebruiken om bovenstaande in de praktijk in te voeren.